De cultuurindex nader verklaard

Edwin Driessen

Jan Jaap Knol, directeur van de Boekmanstichting sprak op Smart Humanity over de cultuurindex. De Boekmanstichting is het onafhankelijke kenniscentrum op het gebied van samenleving, markt, wetenschap en overheid in Nederland. Zij verzamelt, analyseert en verspreidt data en informatie over de cultuursector en stimuleert en faciliteert het gefundeerde cultuurdebat.

Een instrument dat zij hier voor inzet is de cultuurindex Nederland. De cultuurindex Nederland biedt op basis van meer dan tachtig indicatoren een unieke, nationale reflectie op de staat van de cultuursector. De cultuurindex presenteert sinds 2013 tweejaarlijkse statistieken, gegroepeerd in capaciteit, participatie, geldstromen en concurrentiekracht, over culturele initiatieven in zowel de commerciële als non-profitsector. De cultuurindex brengt een omvangrijk palet aan cijfers bij elkaar, analyseert overkoepelende ontwikkelingen en deelt inzichten met cultuurvelden, overheden en wetenschappers.

Maar waarom een cultuurindex?

Met deze cultuurindex bundelt de stichting informatie over cultuur, waardoor ze inzicht geeft in trends en ontwikkelingen. Daarmee biedt ze een informatiebasis voor beleid en het cultuurpolitieke debat.

Hoe zit de cultuurindex in elkaar?

De cultuurindex is een database van betrouwbare informatie over de langere termijn. Deze is samengesteld aan de hand van indicering en gegroepeerd in twaalf kernindicatoren over vier pijlers.

Wat zien we?

Met behulp van onder meer grafieken over het aantal cultuurinstituten en de arbeidsmarkt worden de ontwikkelingen in de beschikbare capaciteit sinds 2005 geschetst. Waarbij het opvallend is dat de werkgelegenheid in de culturele sector toeneemt maar het aantal culturele instellingen juist afneemt.

Ook de grafiek over geldstromen laat een opmerkelijke ontwikkeling zien. Hoewel de overheidssteun de laatste jaren is afgenomen, zijn de inkomsten van musea de laatste jaren duidelijk gegroeid dankzij stijgende bezoekersaantallen en donaties door fondsen, bedrijven en loterijen. Een belangrijke voetnoot daarbij is dat met name de grote musea meer inkomsten genereren maar dat kleine musea het lastiger krijgen om de eindjes aan elkaar te knopen. 

Conclusie

De cultuurindex is een culturele ‘thermometer’, een bruikbaar instrument om bijvoorbeeld met overheden op metaniveau te praten over de staat van de cultuur in Nederland. Het instrument maakt tegelijk ook hongerig naar een verdieping van de resultaten, want hoe mooi zou het zijn als je kan doorklikken op de resultaten die in de verschillende grafieken worden getoond. Je zou dan meerdere dwarsdoorsnedes kunnen maken voor verschillende doelgroepen.

Edwin Driessen is redacteur van Od

Ethics by design, bestaat dat wel?

Eva Meijsen

Carolien Glasbergen gaf een interessante lezing over ethiek. Je komt het overal tegen thuis, op straat, op je werk in je vrije tijd, alleen sta je er nooit bij stil.

Ze gaf een aantal voorbeelden. Zoals een tunnel naar het strand, die zo laag gemaakt was dat een bus er niet doorheen kan. De achterliggende gedachte was om ongewenste bezoekers te weren: mensen die over een kleinere beurs beschikken en die anders massaal in bussen het strand zouden bezoeken. Hoe kom je erop!

Het ethische principe achter een beslissing bepaalt mede het gedrag van de gebruiker. Van een fietsstoplicht dat op een bepaalde hoogte is afgesteld zodat fietsers bijtijds stoppen bij roodlicht – en die zo het gedrag van de fietser bepaalt – tot de camera’s die in de China zijn opgehangen om gedrag van de burgers te sturen. Bij de gedachte aan de Chinese manier van omgaan met privacy gaat er een rilling door je heen, gelukkig gebeurt dat bij ons hier niet!

Zoekmachines als startpage.com, de meest privacyvriendelijke zoekmachine, en Duckduck-go vormen niet voor niets een alternatief voor Google. Inmiddels is Google zelf aardig aan de slag om alles zoveel mogelijk vast te leggen en te combineren. En is er dan werkelijk zo veel verschil tussen de methoden van Google en China?

Het begint bij het ontwerpproces, waarin vragen gesteld kunnen worden over de dialoog met gebruikers en stakeholders over het doel dat bereikt moet worden. Dat doel kan in de tijd verschuiven. Bijvoorbeeld de smartphone: in 1998 was het alleen een telefoon, maar tegenwoordig is het gebruik veelzijdiger: je kunt ermee appen, mailen, foto’s maken en films bekijken.

Een ander ethisch aspect is de vraag of het juist is om altijd efficiency na te streven. Bijvoorbeeld: met welke waarden wordt rekening gehouden bij de van vervanging van een échte portier door een draaideur? Kostenbesparing versus menselijke waarde.

Zolang de keuzes nog te volgen zijn en de gevolgen inzichtelijk zijn, is de menselijke maat nog van toepassing. Maar wat gebeurt er als de rationele en navolgbare keuzes niet meer mogelijk zijn omdat AI er mee aan de slag is gegaan? Daarom is het van belang om ervoor te zorgen dat artificial intelligence-toepassingen navolgbaar en uitlegbaar blijven, zodat inzichtelijk is welke keuzes er gemaakt zijn op welke gronden.

Daarnaast is het van belang om kritisch te zijn over de toepassing van de data en camera’s in openbare ruimten. In Amsterdam is het niet mogelijk om buiten het bereik van camera’s te blijven als je een rondje fietst. Maar wat is het nut van alle opnames? Dat weet de gemeente Amsterdam ook niet en het is nog niet geheel duidelijk wat er met het materiaal gebeurt. Hoe lang blijven de gegevens, zoals gezichtsherkenning, opgeslagen? En mogen wij die data onvoorwaardelijk inzetten om bijvoorbeeld criminelen op te sporen? Hoe verhoudt dat zich met de privacyvriendelijkheid? Het belangrijkste van de presentatie is wat mij betreft dat er bewust met data moet worden omgegaan en dat vooraf keuzes gemaakt moeten worden over welke kant de samenleving op gaat.

Eva Meijsen is gastredacteur van Od

Hoe verandert AI de dienstverlening van de bibliotheek?

Marijke Groeneveld

De Koninklijke Bibliotheek (KB) onderzoekt wat Artificial Intelligence (AI) betekent voor de toekomst van de Bibliotheek en andersom. Hoe verandert kunstmatige intelligentie de dienstverlening, de werkwijze en de maatschappelijke rol van de bibliotheek? En welke bijdrage kan de bibliotheek leveren aan de vorming van AI? Dit zijn volgens Jan Willem van Wessel, directielid en hoofd van de sector Verwerking en Behoud van de KB, de centrale vragen die iedere Informatieprofessional over AI zou moeten stellen.

Voor Van Wessel zijn presentatie over AI en de toepassingen voor de KB begint, wil hij het publiek meegeven ‘niet te naïef naar de hype rondom AI te kijken.’ Zo meent Van Wessel dat de openbare discussie ‘van existentiële orde’ is geworden niet altijd op feiten gebaseerd: “Vooral de ethische kwesties worden heel breed getrokken: het voortbestaan van de mensheid staat op het spel”, aldus Van Wessel. Dat komt voor een deel omdat bij de term AI wordt gedacht dat het gaat over een systeem dat alles kan wat de mens kan en misschien nog veel meer. Maar Van Wessel benadrukt dat AI niet meer is dan ‘anders ontworpen software dan die tot nu toe gebouwd is’. Daarbij vindt de echte revolutie plaats op deelonderwerpen. “Het brengt vooral fantastische mogelijkheden met zich mee op beperkte gebieden. Zoals beeldherkenning, spraaktechnologie, chatbots, et cetera.” Dat is ook het deelgebied waar Van Wessel zich bij voorkeur op richt: “Ik praat over narrow AI.”

Ook narrow AI ontwikkelt zich razendsnel. Voor de bibliotheek zijn er genoeg toepassingen van AI. Het gaat dan vooral geavanceerde zoek- en vindtechnologieën, benadrukt Van Wessel. Het kost een gebruiker nu nog veel tijd om vanuit schermen vol zoekresultaten de informatie die hij nodig heeft te filteren. Met behulp van AI kunnen snel verbanden voor de gebruiker worden gevonden uit alle boeken, kranten en tijdschriften die in de computer te vinden zijn. Van Wessel laat allerlei voorbeelden van toepassingen zien die voor de KB interessant zijn: beeldherkenningstechnologie, automatisch samenvatten, automatisch recenseren, automatisch een luisterboek maken (waarbij geen acteur meer wordt ingehuurd, maar de hulp van Artificial Speech uitkomst biedt), Google Talk to Books, aanbevelingen voor gebruikers (‘is dit boek misschien ook iets voor jou?’); de mogelijkheden lijken eindeloos.

Ook het automatiseren van metadatering is een ontwikkeling waar de KB ‘ontzettend veel waarde aan hecht’, aldus Van Wessel. “Bij KB werken meer dan 60 professionals aan onze metadata. Zonder metadata kan KB niet bestaan, zeker niet op dit moment.” In de toekomst zal AI de grootste bulk doen, waar de mens de kwaliteitscontrole doet.

De presentatie van Van Wessel gaf helder de kansen weer die AI voor de KB heeft. De bibliotheek heeft van oudsher als doel relevante informatie te leveren en gebruikersvragen te beantwoorden. AI sluit daar naadloos bij aan en zal dan ook nu en in de toekomst een zeer belangrijke rol gaan spelen.

Marijke Groeneveld is redacteur van Od

TADA: duidelijk over data

Edwin Driessen

TADA is een beweging die strijdt voor een verantwoorde digitale stad, van en voor iedereen. Inmiddels zijn meer dan 60 partijen bij TADA aangesloten. Op Smart Humanity voegde ook de KNVI zich bij dit gezelschap.

Douwe Schmidt is specialist op het gebied van internetveiligheid, data en privacy en sinds twee jaar betrokken bij TADA. Hij vertelt over de kansen die het gebruik van data biedt, maar ook over de risico’s wanneer data gezien wordt als een belofte voor verbetering van het leven in de stad. Met data kunnen we immers problemen van de moderne steden de baas. Maar dat kan, zo stelt TADA, alleen als mensen zeggenschap en controle blijven houden over data en niet andersom. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van bedrijven, organisaties en burgers. Om dit te kunnen bereiken heeft TADA zes gedeelde waarden voor een verantwoorde digitale stad opgesteld.

De vraag die we volgens Schmidt moeten stellen is in welke stad en maatschappij we willen leven. Deze vraag dienen we als eerste te stellen en te beantwoorden. De techniek volgt dan later. De ontwikkelingen richting een smart city zijn eminent en grijpen steeds verder in op het welzijn en dagelijks handelen van de burger. Een smart city is slim, maar is het ook wijs? Als burger merk je dat er steeds meer beslissingen voor je worden genomen, zonder dat je je daar altijd volledig van bewust bent. Om dit proces van besluitvorming transparanter te maken heeft TADA een zestal waarden opgesteld die kunnen helpen om een bredere discussie over waarden te kunnen voeren.

Eerste waarde: inclusiviteit  

We houden rekening met de verschillen tussen individuen en groepen, zonder de gelijkwaardigheid uit het oog te verliezen. Hier doelt Schmidt op groepen waarin bijvoorbeeld laaggeletterdheid een rol speelt. Dit sluit naadloos aan op de oproep van prinses Laurentien om juist die groepen te blijven betrekken.

Tweede waarde: zeggenschap 

Data en technologie moeten bijdragen aan vrijheid van bewoners. Data zijn dienend aan de burger. Door zelf informatie informatie te verzamelen, kennis te ontwikkelen, ruimte te vinden om jezelf te organiseren.

Derde waarde: de menselijke maat

Data en algoritmes hebben niet het laatste woord. Begrijpen we als burger op basis van welke criteria beslissingen worden genomen? Met andere woorden: is een beslissing uitlegbaar?

Vierde waarde: open en transparant

Welke data worden verzameld? Waarvoor? En met welke uitkomsten en resultaten? Stel jezelf continu de vraag waarom je data verzamelt en of dat uitlegbaar is.

Vijfde waarde: legitiem en gecontroleerd 

Datagebruik is controleerbaar. Ze krijgt legitimiteit door nuttig te zijn voor de maatschappij. Dit legt Schmidt uit aan de hand van het voorbeeld van camera’s in steden. Hoewel er steeds meer beveiligingscamera’s hangen in steden is de criminaliteit niet significant omlaag gegaan. Maar de camera’s hebben er wel voor gezorgd dat bij de burger het gevoel van veiligheid is toegenomen. 

Zesde waarde: van iedereen voor iedereen 

Data uit de stad en over de stad zijn gemeenschappelijk bezit. Iedereen kan ze gebruiken.  

Hierbij moet worden opgemerkt dat het gaat om niet-persoonlijke data. Uit de zes waarden kan worden opgemaakt dat technologie niet neutraal is en dat telkens eerst de menselijke discussie gevoerd dient te worden met als doel bewustzijn te creëren bij alle lagen van de samenleving. Hoe meer organisaties tot dit inzicht inkomen en het waardenmanifest ondertekenen, des breder kan het maatschappelijk debat gevoerd worden. Hoewel ieder weldenkend mens op enigerlei wijze de waarden kan steunen, is er ook angst bij organisaties dat er juridische repercussies zijn wanneer ze een keer afwijken van deze waarden.

De KNVI heeft live tijdens de lezing het manifest ondertekend.

Edwin Driessen is redacteur van Od

Prinses Laurentien: Wie bepaalt de definitie van Smart?

Sylvia Bakker en Edwin Driessen

In haar openingslezing spreekt prinses Laurentien over mensen die niet kunnen meekomen in de digitale samenleving. Voordat we weer allerlei technologische oplossingen ontwikkelen, moeten we eerst met hen in contact komen en goed naar hen luisteren.

Het doel van prinses Laurentien is om alle aanwezigen in verwarring te brengen. Want, zo stelt ze, bij verwarring wordt de mens in een houding geplaatst die hem pas echt in staat stelt om te veranderen. Hoewel de mens wellicht van nature in oplossingen denkt, moeten we in haar woorden op de stoel van de vertaler gaan zitten om mensen met minder toegang en kennis te betrekken. Het is belangrijk om achter de beleving van de mensen te komen; we moeten ons niet alleen concentreren op technische oplossingen.

Armoede gaat over het gevoel dat je er niet toe doet. We moeten eerst dat gevoel en vaak ook de schaamte die daarmee gepaard gaat begrijpen om deze te kunnen vertalen naar daadwerkelijke oplossingen. Door mensen te stigmatiseren help je ze niet en zet je ze nog meer apart. Vanwege die schaamte worden de technische oplossingen door sommige mensen niet gebruikt. Deze schaamte en wat er achter ligt dienen we, volgens prinses Laurentien, eerst te ontrafelen voordat we oplossingen implementeren.

Daarbij moeten we als informatieprofessionals niet in de gebruikelijke doelgroepen denken, maar werkelijk in gesprek gaan met de mensen die we willen bereiken. Daarbij moeten we ons in de ander en verplaatsen ons telkens afvragen welke vervolgvragen gesteld moeten worden. Door tussen de regels door te lezen, ontwikkel je empathie. Er ligt nu nog een kloof tussen de menselijke en de digitale wereld, maar die is wel te overbruggen als we ons echt in elkaar verdiepen.

Niet alleen in de communicatie tussen overheid en burger is deze open communicatie van belang, maar in de hele samenleving. In ons land heeft 1 op de 3 jongeren last van overmatige stress door de sociale media. In Amerika praat 70% van de ouders tijdens het eten niet meer met hun kinderen. Terwijl praten de basis is van onze emotionele ontwikkeling én de basis van ons lezen en schrijven. We moeten constant scherp zijn op wat mensen echt nodig hebben!

Prinses Laurentien roept ons op om ons hiervan dieper bewust te worden.